Paragrafen

Risicomanagement en weerstandsvermogen

Hieronder worden de 10 belangrijkste gemeentebrede risico’s (met hoogste invloed%) toegelicht. Deze risico’s bepalen voor 63% de totaal benodigde weerstandscapaciteit van de € 26,5 miljoen.

Top 10 Risico's Begroting 2027

Risicogebeurtenis

Kans

Geld (Max)

Invloed (%)

Gewijzigd t.o.v. Jaarrekening 2025

Jeugd /Jeugdzorg

Het Rijk heeft in het kader van landelijk gemaakte afspraken over de Hervormingsagenda Jeugdzorg voor de komende jaren kortingen ingeboekt op het budget dat gemeenten voor jeugdzorg ontvangen in het Gemeentefonds. De afspraak die hierover met de VNG is gemaakt dat deze korting niet ten koste zou gaan van gemeenten omdat hiertegenover landelijke aanpassingen in de Jeugdwet zouden staan. In het algemeen geldt de vraag of de door het Rijk ingeboekte bezuinigingen op het landelijk budget Jeugdzorg realistisch van aard zijn, zowel macro gezien als op het individuele niveau van de gemeente. Dit geeft een financieel risico op gemeente niveau. In de meicirculaire 2025 is de geboekte maatregelen van de hervormingsagenda geindexeerd, wat een grotere opgave betekent.

Automatisering

Het risico op phishingmails, ransomware, gehackt worden en datalekken bij het verstrekken van gegevens. Naast financiële schade is er kans op imago schade. Op basis van ervaringen en bijbehorende impact bij andere organisaties is het risicobedrag bepaald.

Werk en Inkomen

Op BUIG geldt, middels de vangnetregeling, een eigen risico. Dit eigen risico is in 2025 bijgesteld van 10% naar 7,5% (gekoppeld aan de hoogte van het budget). Het maximaal eigen risico bedraagt op basis van het voorlopige BUIG budget 2026 € 9,9 mln. Op basis van de begrotingssystematiek BUIG van Arnhem wordt voorgesteld in de exploitatie rekening te houden met een tekort van € 5,7 mln. Het verschil tussen het maximale eigen risico en het tekort in de begroting a € 4,2 mln. is opgenomen.

Zorg; Jeugd /Jeugdzorg

In de Perspectiefnota 2025 is een aantal bezuinigingsmaatregelen opgenomen. Het gaat onder andere om meer groepsgewijs begeleiden voor Wmo en Jeugd en analyse van Jeugd casussen groter dan € 100.000. De mate van realiseerbaarheid van deze maatregelen staat niet vast. Het risico bestaat dat de ingeboekte besparingen van € 3,3 miljoen niet of deels worden gerealiseerd.
In de Begroting 2027 zijn er inverdieneffecten van een nieuw zorg- en welzijnslandschap opgenomen van € 2,3 miljoen opgenomen. Het risico is aanwezig dat dit inverdieneffect niet of niet volledig wordt gerealiseerd.

Bedrijfsvoering

Met ingang van 1 januari 2026 is De Connectie omgevormd van een Bedrijfsvoeringsorganisatie naar een Centrumregeling waarbij De Connectie als cluster onderdeel uitmaakt van de gemeente Arnhem (gastheer) en de gemeenten Renkum en Rheden als gastgemeenten diensten afnemen van de gemeente Arnhem. Aangezien De Connectie voorheen niet over een eigen weerstandscapaciteit beschikte, waren de risico’s grotendeels al geïntegreerd in het risicoprofiel van de gemeente Arnhem. De risico’s hebben met name betrekking op het ICT-landschap, de overgang van applicaties naar de cloud en de toekomstige (kosten)ontwikkelingen in relatie tot de ambities van de gastgemeenten. Bij de volgende actualisatie worden de risico’s van De Connectie in samenhang met het risicoprofiel van de gemeente Arnhem opnieuw beoordeeld en gewogen.

Zorg; Jeugd /Jeugdzorg

In de kostenprognose Jeugdzorg die is afgegeven voor het Informatiedossier 2027 wordt uitgegaan van weinig tot geen groei in aantal cliënten of aantallen van zorg. In 2023 en 2024 heeft een redelijke volumestijging plaatsgevonden, en nu is het beeld zichtbaar dat de volumestijging laag is. Het risico bestaat dat de volumestijging in de komende jaren hoger zal zijn dan vergoeding voor autonome groei in gemeentefonds.
Binnen de Wmo stijgt door toenemende vergrijzing in potentie de vraag naar zorg. Hierdoor ontstaan capaciteitsproblemen en bestaat het risico op financiële tekorten. Dit speelt bij zorgvormen als woningaanpassingen en hulpmiddelen, huishoudelijke hulp, vervoer en groepsbegeleiding. De gevolgen van vergrijzing zijn nu al merkbaar. Op dit moment worden de financiële effecten van vergrijzing nog gedempt door personeelstekorten in de uitvoering. Ook hier zit een risico op kostenstijging in: het kan zijn dat de gemeente hierdoor aanvullende maatregelen moet nemen die kosten met zich meebrengen. Ook bestaat los van de vergrijzingsproblematiek het risico dat het volume van zorg toeneemt.

Zorg; Jeugd /Jeugdzorg

Gemeenten zijn op basis van landelijke regelgeving verplicht reële tarieven voor Wmo- en jeugdzorgvoorzieningen te hanteren. Als gevolg van onder andere geopolitieke ontwikkelingen is een stijgende inflatie zichtbaar, wat op termijn tot stijging in de verschillende CAO's zal leiden. Daarnaast moeten we 'concurreren' met zorgaanbod dat wordt geleverd uit andere wetten en vergoedingen die daarin worden gehanteerd (o.a. Wet Langdurige Zorg), en is er sprake van personeelstekorten waardoor salarissen in de zorg extra kunnen stijgen. Deze ontwikkelingen en factoren kunnen ertoe leiden dat we de zorgtarieven moeten verhogen, hoger dan de reguliere indexering waar in de begroting rekening mee is gehouden.

Zorg; Jeugd /Jeugdzorg

Steeds meer (al dan niet landelijk opererende) Wmo- en Jeugdwetaanbieders, waaronder de instellingen voor jeugdbescherming, zijn of onvoldoende in staat om mee te bewegen met de transformatie of raken door andere oorzaken in de financiële problemen en gaan in het uiterste geval failliet. Het gevolg daarvan is dat de zorg en/of bescherming aan de cliënten die onder behandeling en/of toezicht staan, niet voldoende gegarandeerd of gecontinueerd kan worden. Gelet op de zorgplicht die de gemeente heeft kan zij gedwongen zijn de zorgaanbieder financieel bij te staan om zo de zorg te kunnen continueren. Omdat het meestal grote externe partijen met veel cliënten betreft, kan ook de druk om de overeengekomen zorgtarieven met deze partijen te verhogen, groter worden met een financieel effect tot gevolg.

Mobiliteit ontwikkeling

Er is bij het begroten van extra parkeeropbrengsten (verhoging parkeertarieven) geen rekening gehouden met een verandering van parkeergedrag (wordt er minder of korter geparkeerd?). We hebben bij de laatste tariefsverhoging gezien dat er wel degelijk sprake is van gedragsverandering/parkeeruitval. In het voorjaar van 2026 is besloten de parkeeropbrengsten niet structureel bij te stellen op basis van de realisatie 2025, omdat we een gedeeltelijk herstel zien (er wordt weer wat meer en langer geparkeerd), maar weten nog niet wat het structurele effect precies gaat worden. Hoe dit zich op de lange termijn ontwikkelt is nog onzeker/onduidelijk. De huidige begroting is hier nog niet op bijgesteld.
Daarnaast kunnen als gevolg van het invoeren van maatregelen in het duurzaam mobiliteitsplan dat inzet op meer lopen, fietsen en openbaar vervoer, de werkelijke parkeeropbrengsten lager worden dan begroot.
In de begroting wordt nu rekening gehouden met een hogere opbrengst dan mogelijk gerealiseerd kan/zal worden. De voeding van de BR Bereikbaarheid komt daarmee (verder) onder druk te staan, waarbij tegelijkertijd wel de geraamde (meer)opbrengsten worden afgedragen ten gunste van de algemene middelen. Op den duur zal dit mogelijk leiden tot verdere uitholling van de BR Bereikbaarheid tot het punt dat er onvoldoende ruimte is om eerder genomen besluiten (ten gunste van de algemene middelen, maar ook geplande investeringen) te dekken.

Wonen

De corporaties en de gemeente hebben in de intentieovereenkomst afspraken gemaakt waardoor over tien jaar naar verwachting een locatie wordt aangewezen waar de woningen permanent naartoe worden verplaatst. Indien na 10 jaar, na inspanning van de corporaties en gemeente, onverhoopt toch geen vervolglocatie(s) is gevonden, wordt indien en voor zover mogelijk aanspraak gemaakt op de Herplaatsingsgarantie van het Rijk. Bij het nemen van het besluit door de corporaties om te investeren in de bouw van deze woningen hebben zij voldoende zekerheid nodig over een minimale duur dat de woningen geëxploiteerd kunnen worden. De gemeente zegt daarom in de intentieovereenkomst toe dat op minimaal één van de mogelijke vervangende locaties herplaatsing mogelijk wordt gemaakt. Als dit, tegen de verwachting in en ondanks inspanningen van alle partijen, niet lukt, dan is de gemeente aansprakelijk voor de schade die de corporaties dan lijden. Het gaat daarbij om de investeringskosten van de woningen voor zover nog niet terugverdiend uit de verhuur en verkoop aan derden. Indien de corporaties geen of niet voldoende inspanning hebben geleverd voor het vinden van eigen locaties, dan dragen de corporaties 50% van dit risico. De kans is zeer klein dat het risico zich voordoet, maar het heeft wel een grote omvang (tot ca.10 miljoen).

Deze pagina is gebouwd op 09/15/2026 13:46:13 met de export van 09/15/2026 13:35:25