Paragrafen

Lokale heffingen

Uitgangspunten van beleid

In de Begroting en tarieven van 2027 zijn de volgende uitgangspunten verwerkt:

Onroerendezaakbelasting (OZB)

  • De OZB heeft met de WOZ-waarde een grondslag met een lasten verdelende werking. Voor eigenaren van woningen en bedrijfsgebouwen en huurders van bedrijfsgebouwen geldt: hoe hoger de waarde van de woning / het gebouw, des te hoger de te betalen belasting.
  • Elk jaar is een herwaarderingsjaar voor de OZB. Dat betekent dat de WOZ-waarden gebaseerd worden op een nieuwe waardepeildatum. De WOZ-waarde is een zo goed mogelijke schatting van de mogelijke verkoopprijs op de waardepeildatum. Voor de belastingen 2027 geldt de waardepeildatum van 1 januari 2026. De tariefstijging wordt gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling, zodat de opbrengsten niet te hoog of te laag uitvallen. Bij een hogere WOZ-waarde is een lager tarief nodig om dezelfde opbrengsten te kunnen realiseren en bij een lagere WOZ-waarde een hoger tarief.
  • De OZB-opbrengsten, exclusief areaalontwikkeling, stijgen vanaf 2027 jaarlijks met 3% plus indexatie. Voor 2027 is de indexatie 2,1% (geraamd CPI 2027), waarmee de stijging van de opbrengsten uitkomt op 5,1%. In beginsel betekent dit voor 2027 ook een gemiddelde lastenstijging OZB van 5,1%. Als de uiteindelijke WOZ-waardes in jaar t-1 echter afwijken van de bij de tariefberekening voor jaar t-1 verwachte waardes, vindt er in jaar t een ‘inhaaleffect’ plaats, waardoor de lastenstijging in dat jaar afwijkt van de opbrengststijging. Bij zowel woningen als niet-woningen is dit het geval. Voor woningen komen de uiteindelijke WOZ-waardes voor 2026 lager uit dan waar bij de tariefberekening mee is gerekend. Hierdoor hebben eigenaren van een woning in 2026 gemiddeld minder OZB betaald dan waar rekening mee werd gehouden. Dit wordt in 2027 gecorrigeerd, waardoor voor 2027 de verwachte gemiddelde lastenstijging OZB voor woningen uitkomt op 5,6%. Voor niet-woningen geldt het tegenovergestelde en komen de WOZ-waardes voor 2026 aanzienlijk hoger uit dan waar bij de tariefberekening mee is gerekend. Eigenaren en gebruikers van niet-woningen hebben in 2026 dus meer OZB betaald dan waar rekening mee werd gehouden. Dit wordt in 2027 gecorrigeerd, waardoor voor 2027 de verwachte gemiddelde lastenstijging voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen uitkomt op 3,6% en 3,7%. Ook voor 2027 kunnen de WOZ-waardes afwijken van de waardes waar voor de tariefberekening van uit is gegaan. Met als gevolg dat ook de gemiddelde lastenstijging af kan wijken van wat we nu verwachten. In 2028 wordt dit dan weer gecorrigeerd.
  • Daarnaast worden de opbrengsten OZB geraamd op het aantal woningen inclusief de groei die hierin verwacht wordt, de zogenaamde areaalontwikkeling. Jaarlijks wordt beoordeeld of de voor areaalontwikkeling begrote opbrengsten naar boven of beneden bijgesteld moeten worden. De areaalontwikkeling in 2025 en 2026 is lager dan waar eerder van is uitgegaan. De geraamde opbrengsten OZB worden daarom vanaf 2026 structureel met € 300.000 naar beneden bijgesteld. Voor areaalontwikkeling 2027 worden de opbrengsten OZB vanaf 2027 structureel met € 370.000 verhoogd. Per saldo worden de opbrengsten voor areaalontwikkeling vanaf 2027 dus met € 70.000 verhoogd.
  • De bijdrage aan het Ondernemersfonds is sinds 2016 gelijk gebleven. Door inflatie is de slagkracht van het fonds daardoor sterk verminderd. De bijdrage aan het Ondernemersfonds wordt daarom vanaf 2027 met € 280.000 verhoogd naar € 1,17 miljoen per jaar. Deze verhoging wordt gedekt uit een verhoging van de opbrengsten OZB niet-woningen.

Rioolheffing

  • De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengsten uit rioolheffing mogen alleen ingezet worden voor de kosten voor de gemeentelijke watertaken voor afval-, hemel- en grondwater.
  • De tarieven van de rioolheffing zijn in 2027 97% kostendekkend. Het uitgangspunt is om de rioolheffing voor 99% kostendekkend te laten zijn. Daarom onderzoeken we het komend jaar de mogelijkheden om toe te groeien naar 99% kostendekkendheid. Voor een berekening van de kostendekkendheid 2027 wordt verwezen naar het onderdeel Kostendekkendheid retributies in deze paragraaf.
  • De begrote opbrengsten uit rioolheffing stijgen in 2027 doordat er meer kosten onder de heffing komen te vallen. Bijvoorbeeld kosten voor straatreiniging en kosten die we maken voor waterkwaliteit en de handhaving van lozingsvergunningen voor bedrijven. Ook de kapitaallasten van investeringen die we doen in het kader van klimaatadaptatie blijven deels uit de rioolheffing betaald worden.
  • Bij objecten met leegstand kan het gebruikersdeel van de rioolheffing niet worden opgelegd, waardoor minderopbrengsten ontstaan. De effecten van leegstand verwerken we in de tarieven, door opbrengstderving als gevolg van leegstand te compenseren met een hoger eigenaarstarief.
  • Net zoals de OZB heeft de rioolheffing met de WOZ-waarde een grondslag met een lasten verdelende werking. De rioolheffing volgt de jaarlijkse herwaardering voor de OZB.

Afvalstoffenheffing

  • De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengsten uit afvalstoffenheffing mogen alleen ingezet worden voor kosten van inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.
  • De afvalstoffenheffing is in 2027 92% procent kostendekkend. Momenteel zetten we dus geld in vanuit de algemene middelen om afvalinzameling en -verwerking te bekostigen. We vinden het logischer om deze kosten te laten betalen door gebruikers. We kiezen er daarom voor om kosten die eerder uit de algemene middelen bekostigd werden onder de afvalstoffenheffing te laten vallen. Dat geldt ook voor kosten die we aanvullend maken, bijvoorbeeld als gevolg van een nieuw afvalinzamel- en verwerkingscontract vanaf medio 2027. Om de stijging van de heffing te dempen betalen we een deel van de kosten in 2027 en 2028 nog uit algemene middelen. Het uitgangspunt is om de afvalstoffenheffing voor 99% kostendekkend te laten zijn. Daarom onderzoeken we het komend jaar de mogelijkheden om in stappen toe te groeien naar 99% kostendekkendheid. Voor een berekening van de kostendekkendheid 2027 wordt verwezen naar het onderdeel Kostendekkendheid retributies in deze paragraaf.
  • We werken bij de afvalstoffenheffing met drie tarieven: één voor eenpersoonshuishoudens, één voor tweepersoonshuishoudens en één voor huishoudens van drie personen of meer. Hiermee wordt een relatie gelegd tussen de mate van gebruik en de belasting die iemand betaalt.

Parkeerbelasting (straatparkeren)

  • De parkeertarieven worden voor 2027 geïndexeerd met 2,1% (geraamd CPI 2027).
  • Daarnaast worden de parkeertarieven in 2027, 2028, en 2029 met € 0,30 per uur verhoogd.

Leges en rechten

  • De legestarieven maken we meer kostendekkend. Het komend jaar onderzoeken we hoe we hier concreet invulling aan kunnen geven. Hierbij letten we scherp op de betaalbaarheid van leges voor betrokkenen.
  • De tarieven voor paspoorten, Nederlandse identiteitskaarten en rijbewijzen worden in 2027 verhoogd met de stijging van de af te dragen rijksleges en de stijging van de gemeentelijke leges.
  • De tarieven (percentages) voor het ruimtelijk deel en het bouwtechnische deel onder de Omgevingswet blijven gelijk aan de tarieven 2026, omdat voor deze onderdelen al de stijgende bouwkosten effect hebben op de prijs van de aanvraag.
  • Voor de overige leges en voor de rechten geldt dat de tarieven in 2027 worden verhoogd met 2,1% (geraamd CPI 2027). Uitzondering hierop zijn de tarieven waarvoor een wettelijk maximum geldt.
  • Voor een overzicht van de kostendekkendheid van de leges en rechten 2027 wordt verwezen naar het onderdeel Kostendekkendheid retributies in deze paragraaf.

Toeristenbelasting

  • Het hoge tarief van de toeristenbelasting (voor met name overnachten in hotels en B&B's) wordt in 2027 eenmalig opgehoogd met € 1,26 naar € 4,85 per persoon per nacht (hierin is ook de indexatie verwerkt). Het lage tarief blijft ongewijzigd op € 2,05. Vanaf 2028 worden de tarieven van de toeristenbelasting jaarlijks geïndexeerd

Belangrijke ontwikkelingen

Onderzoek brede rioolheffing (raadsbrief ))
We voeren geen brede rioolheffing in. Uit onderzoek is gebleken dat het in Arnhem juridisch te risicovol is om dit in te voeren. Het is te ingewikkeld gebleken om alle gebruikers van de betreffende objecten in beeld te krijgen, terwijl dit juridisch wel vereist is. Een vrijstelling voor deze groep opnemen is juridisch niet mogelijk. Daarnaast zou de uitvoering van de brede rioolheffing kostenverhogend zijn, terwijl het een beperkt aantal extra objecten zou betreffen.

Leegstandsbelasting
Er zal zo spoedig mogelijk een leegstandsbelasting worden ingevoerd. Uitgangspunt is vaststelling van een verordening in 2026, waardoor heffing per 2028 mogelijk is. Invoering is nog wel afhankelijk van de wetswijziging van de wet Leegstand die aan deze belasting mede ten grondslag ligt.

Vervroeging aanslagoplegging
De belastingaanslag (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) wordt tot nu toe in februari opgelegd. We willen dit vervroegen naar januari. Daarmee wordt de afhandeling van bezwaren vervroegd en kan de herwaardering eerder worden opgestart. Daarbij laten we de betaaldata bestaan zoals ze nu zijn: tot eind maart de gelegenheid om te betalen en de automatische incasso loopt van maart tot en met oktober. We onderzoeken vanaf welk kalenderjaar de vervroegde aanslagoplegging mogelijk is.

WOZ-bezwaren
In de OZB-begroting is rekening gehouden met € 1,25 miljoen aan lasten voor verminderingen naar aanleiding van bezwaar tegen de WOZ-waarde. Na een piek in het aantal bezwaren in 2023 ligt het aantal bezwaren nu weer op het niveau van voor 2023. De daling in het aantal bezwaren is landelijk zichtbaar. Volgens de Waarderingskamer hangt deze ontwikkeling mede samen met de afname van activiteiten van commerciële bureaus die op basis van no cure no pay bezwaar maakten tegen WOZ-waarden. Daarnaast lukt het gemeenten steeds beter om vragen over de hoogte van de WOZ-waarde van inwoners via meer informeel en persoonlijk contact op te lossen. Een formeel bezwaar is dan niet meer nodig. Het aantal bezwaren is overigens niet altijd maatgevend voor het bedrag aan verminderingen. Van invloed is bijvoorbeeld ook de verdeling tussen bezwaren voor woningen en voor niet-woningen, het percentage bezwaren dat gegrond wordt verklaard en het bedrag aan WOZ-waarde dat verminderd wordt. Op basis van het gemiddeld gerealiseerde bedrag aan verminderingen in de jaren 2024-2026 vinden we het realistisch om vanaf 2027 het begrote bedrag aan lasten voor verminderingen te verlagen naar € 500.000.

Deze pagina is gebouwd op 09/15/2026 13:46:13 met de export van 09/15/2026 13:35:25