Hoofdlijnen

Ontwikkelingen in het financieel kader

Jaarlijkse bijstellingen

2027

2028

2029

2030

Bedragen x € 1.000

Prijs- en volumeontwikkeling 2027

-27.188

-26.921

-26.850

-26.587

S

Correctie nominaal en 2024 en 2025 Spuk startbouwimpuls

118

I

Ontwikkelingen belasting en legesopbrengsten

5.329

7.733

9.649

12.059

S

Ontwikkelingen Meerjareninvesteringsplanning

2.148

198

-934

-318

S

Ontwikkelingen Meerjareninvesteringsplanning

-601

397

3.586

0

I

Prijs- en volumeontwikkeling 2027
Op 12 maart is het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd. Mede op basis hiervan wordt de loon- en prijsontwikkeling van de Arnhemse begroting geraamd. In deze loon- en prijsontwikkeling worden de effecten van de loonontwikkeling van de eigen ambtenaren, de wettelijk verplichte indexatie van de zorgcontracten, de ontwikkeling van de kosten voor onderhoud van de openbare ruimte, de indexatie van de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen en de indexatie van de subsidies meegenomen. De huidige Cao-gemeenten eindigt op 31 maart 2027. In aanvulling op deze eerste 3 maanden houden we voor de resterende maanden van 2027 rekening met een indexatie van 2%. Met ingang van 1 januari 2026 maakt De Connectie onderdeel uit van de gemeente Arnhem en wordt bij de verwerking van de nieuwe Cao meegenomen in de Arnhemse systematiek.

De subsidies worden op de volgende wijze geïndexeerd:

Categorie

Verhouding

Percentage

Zorg en Welzijn

90% CAO Gem. 10% IMOC

4,0%

Cultuur

45% CAO Gem. 55% IMOC

3,1%

Sport

45% CAO Gem. 55% IMOC

3,1%

Onderwijs

60% CAO Gem. 40% IMOC

3,4%

Overig

60% CAO Gem. 40% IMOC

3,4%

Daarnaast wordt op basis van de groei van de stad de volumeontwikkeling (areaalontwikkeling) van de begroting berekend. In de begroting worden de budgetten die gevoelig zijn voor de groei van de stad geïndexeerd met de groei van het aantal inwoners of de groei van het aantal woningen.

Correctie nominaal 2024 en 2025 / SPUK startbouwimpuls
Over de specifieke uitkering startbouwimpuls is in de Begroting 2026 ten onrechte nominale prijscompensatie berekend. Aangezien deze prijscompensatie door het Rijk wordt vergoed, is het niet nodig om deze compensatie vanuit de algemene middelen te dekken. Het voordeel wordt in dit financieel beeld gecorrigeerd.

Ontwikkeling belasting- en legesopbrengsten
De OZB-opbrengsten, exclusief areaalontwikkeling, stijgen vanaf 2027 jaarlijks met 3% plus indexatie.
Daarnaast worden de opbrengsten OZB geraamd op het aantal woningen inclusief de groei die hierin verwacht wordt, de zogenaamde areaalontwikkeling. Jaarlijks wordt beoordeeld of de voor areaalontwikkeling begrote opbrengsten naar boven of beneden bijgesteld moeten worden. De areaalontwikkeling in 2025 en 2026 is lager dan waar eerder van is uitgegaan. De geraamde opbrengsten OZB worden daarom vanaf 2026 structureel met € 300.000 naar beneden bijgesteld. Voor areaalontwikkeling 2027 worden de opbrengsten OZB vanaf 2027 structureel met € 370.000 verhoogd. Per saldo worden de opbrengsten voor areaalontwikkeling vanaf 2027 dus met € 70.000 verhoogd.
Tenslotte is in de OZB-begroting rekening gehouden met € 1,25 miljoen aan lasten voor verminderingen naar aanleiding van bezwaar tegen de WOZ-waarde. Na een piek in het aantal bezwaren in 2023 ligt het aantal bezwaren nu weer op het niveau van voor 2023. De daling in het aantal bezwaren is landelijk zichtbaar. Volgens de Waarderingskamer hangt deze ontwikkeling mede samen met de afname van activiteiten van commerciële bureaus die op basis van no cure no pay bezwaar maakten tegen WOZ-waarden. Daarnaast lukt het gemeenten steeds beter om vragen over de hoogte van de WOZ-waarde van inwoners via meer informeel en persoonlijk contact op te lossen. Een formeel bezwaar is dan niet meer nodig. Het aantal bezwaren is overigens niet altijd maatgevend voor het bedrag aan verminderingen. Van invloed is bijvoorbeeld ook de verdeling tussen bezwaren voor woningen en voor niet-woningen, het percentage bezwaren dat gegrond wordt verklaard en het bedrag aan WOZ-waarde dat verminderd wordt. Op basis van het gemiddeld gerealiseerde bedrag aan verminderingen in de jaren 2024-2026 vinden we het realistisch om vanaf 2027 het begrote bedrag aan lasten voor verminderingen te verlagen naar € 500.000. Hierdoor ontstaat vanaf 2027 een structureel voordeel van € 750.000.

De afvalstoffenheffing is in 2027 92% procent kostendekkend. Momenteel zetten we dus geld vanuit de algemene middelen in om afvalinzameling en -verwerking te bekostigen. We vinden het logischer om deze kosten te laten betalen door gebruikers. We kiezen er daarom voor om kosten die eerder uit de algemene middelen bekostigd werden onder de afvalstoffenheffing te laten vallen. Dat geldt ook voor kosten die we aanvullend maken, bijvoorbeeld als gevolg van een nieuw afvalinzamel- en verwerkingscontract vanaf medio 2027. Om de stijging van de heffing te dempen betalen we een deel van de kosten in 2027 en 2028 nog uit algemene middelen. Het uitgangspunt is om de afvalstoffenheffing voor 99% kostendekkend te laten zijn. Daarom onderzoeken we het komend jaar de mogelijkheden om in stappen toe te groeien naar 99% kostendekkendheid.

De tarieven voor de rioolheffing zijn in 2027 voor 97% kostendekkend. De begrote opbrengsten uit rioolheffing stijgen in 2027 doordat er meer kosten onder de heffing komen te vallen. Bijvoorbeeld kosten voor straatreiniging en kosten die we maken voor waterkwaliteit en de handhaving van lozingsvergunningen voor bedrijven. Ook de kapitaallasten van investeringen die we doen in het kader van klimaatadaptatie blijven deels uit de rioolheffing betaald worden. Ook bij de rioolheffing is 99% kostendekkendheid het uitgangspunt. In het komende jaar onderzoeken hoe we daar naartoe groeien.

Het hoge tarief van de toeristenbelasting (voor hotelovernachtingen)wordt in 2027 eenmalig opgehoogd met € 1,26 per persoon per nacht (hierin is ook de indexatie verwerkt). Het lage tarief (voor onder meer campings en slaapzalen) wordt in 2027 niet verhoogd en blijft € 2,05 per persoon per nacht. Vanaf 2028 worden de tarieven van de toeristenbelasting jaarlijks geïndexeerd.

De parkeertarieven worden vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast worden deze in 2027, 2028 en 2029 met 30 cent per uur verhoogd. De legestarieven worden voor 2027 geïndexeerd en zullen in de komende jaren steeds meer kostendekkend gemaakt worden.

In de paragraaf Lokale heffingen is een totaalbeeld gegeven van alle belastingen en leges, de toegepaste indexaties en de mate van kostendekkendheid. De belastingaanslag (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) wordt tot nu toe in februari opgelegd. We proberen dit te vervroegen naar januari. Daarmee wordt de afhandeling van bezwaren vervroegd en kan de herwaardering eerder worden opgestart. Daarbij laten we de betaaldata bestaan zoals ze nu zijn: tot eind maart de gelegenheid om te betalen en de automatische incasso loopt van maart tot en met oktober. We onderzoeken vanaf welk kalenderjaar de vervroegde aanslagoplegging mogelijk is.

Ontwikkelingen Meerjareninvesteringsplanning
De ontwikkelingen in het kader van de Meerjareninvesteringsplanning laten het volgende beeld zien:

Ontwikkelingen Meerjareninvesteringsplanning

2027

2028

2029

2030

I/S

Bedragen x € 1.000

Actualisatie MIP

2.148

349

-663

17

S

Indexatie MIP

0

-151

-271

-334

S

Planningsrealisme MIP

-601

397

3.586

0

I

De Meerjareninvesteringsplanning (MIP) is geactualiseerd. Hierbij is gekeken naar de planning van de verschillende investeringen. Ook is deze geïndexeerd. Diverse investeringsprojecten worden getemporiseerd. Hierdoor ontstaat een vrijval voor de algemene middelen van € 2,1 miljoen in 2027 en van € 0,2 miljoen in 2028. In 2029 stijgen de kapitaallasten met € 0,9 miljoen en vanaf 2030 met € 0,3 miljoen.
Voor het gehele MIP, inclusief nieuwe investeringen, is het planningsrealisme opnieuw geraamd. Afgelopen 5 jaar bedroeg de gemiddelde realisatie op de investeringsprojecten 50%. De onderuitputting bedroeg daarmee gemiddeld 50%. Voor het planningsrealisme werd in de afgelopen jaren een aflopende reeks van 70%, 50% en 30% voor de verwachtte onderuitputting van de kapitaallasten geraamd. Dat komt neer op 35% voor 2027, 25% voor 2028 en 15% voor 2029. Doordat een aantal investeringen vanaf 2027 worden getemporiseerd, wordt ook het planningsrealisme aangepast.
Daarnaast zijn vanaf begrotingsjaar 2027 door de provincies in het geactualiseerde Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader nieuwe kaders gesteld voor de berekening en omvang van de stelpost voor onderuitputting kapitaallasten. Hierbij is er een maximum van 20% van de geraamde kapitaallasten gesteld. Bij de uiteindelijke berekening van de stelpost planningsrealisme hebben we hier rekening mee gehouden. De stelpost planningsrealisme wordt in 2027 met € 0,6 miljoen naar beneden bijgesteld, in 2028 met € 0,4 miljoen verhoogd en in 2029 met € 3,6 miljoen verhoogd.

Deze pagina is gebouwd op 09/15/2026 13:46:13 met de export van 09/15/2026 13:35:25